Category Archives: Polen

Anniversaries: The Good, the Bad and the Ugly

The UN’s Special Rapporteur on the independence of judges and lawyers Diego García-Sayán has been particularly affected by the visible lack of action on the part of the exemplary European Court of Human Rights regarding the serious violations of human rights in Turkey. With hundreds of judges still imprisoned, organisations of lawyers destroyed and their members also in prison, it is alarming that the Court is acting as if judicial institutions and legal defence are still functioning normally.

Continue reading Anniversaries: The Good, the Bad and the Ugly

A Letter from the Polish Judges Association to Frans Timmermans

The President of the National Board of the Polish Judges Association ‘Iustitia’ Krystian Markiewicz urges Vice-President of the European Commission Frans Timmermans to start an infringement procedure against Poland. In his opinion, the Court of Justice of the European Union should be able to evaluate the regulations concerning the disciplinary proceedings against Polish judges and the actions of the politically dependent National Council of the Judiciary. This letter is available in full on our website.

Continue reading A Letter from the Polish Judges Association to Frans Timmermans

Poolse Grondwet vertaald in het Nederlands

Er is nu een Nederlandse vertaling beschikbaar van de Poolse Grondwet van 1997. Daaraan ontstond behoefte omdat ook buiten Polen deze Grondwet de laatste jaren om diverse redenen in de belangstelling is gekomen, waarop ook op deze website herhaaldelijk is ingegaan. Deze vertaling maakt het nu ook voor Nederlandse rechters en andere belangstellenden hopelijk iets gemakkelijker de politieke ontwikkelingen rondom het functioneren van de rechtspraak in Polen te volgen. Centrale onderwerpen zijn in dit verband de machtenscheiding en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de benoeming van de rechters, de positie van het Hooggerechtshof en het Constitutionele Tribunaal, kortom: de inhoud van het begrip rechtsstaat. Er lopen hierover nu procedures voor het Hof in Luxemburg en het EHRM en het gaat daarbij dikwijls ook om de tekst van de Poolse Grondwet, in het bijzonder, maar niet uitsluitend, van de bepalingen in Hoofdstuk VIII (Gerechten en Tribunalen).

De vertaling, van de hand van Jaap Houtappel en Paul Meijknecht, wordt in een Voorwoord voorafgegaan door een kort overzicht van eerdere versies van Poolse Grondwetten (Constituties) sinds 1791 en enkele achtergronden daarvan. De Stichting Rechters voor Rechters heeft de drukkosten gefinancierd.

De pdf-versie is hier te bekijken. Er is voor geïnteresseerden ook nog een klein aantal papieren exemplaren beschikbaar. Stuurt u dan een e-mail aan [info@rechtersvoorrechters.nl].

Europese Commissie legt destructie Hooggerechtshof voor aan het Europees Gerechtshof in Luxemburg

Op 24 september 2018, slechts enige dagen later dan aanvankelijk verwacht, heeft de Commissie aan het Hof in Luxemburg unaniem alsnog verzocht zich uit te spreken over de vraag of de recente wijzigingen in de wettelijke regels betreffende het Poolse Hooggerechtshof te rijmen zijn met Europees recht. Volgens de Commissie is dat niet het geval. Het vragen van een uitspraak hierover gaat vergezeld van het verzoek om zo spoedig mogelijk voorlopige voorzieningen te treffen, teneinde de al aan de gang zijnde uitvoering van de gewraakte regeling onmiddellijk op te schorten c.q. ongedaan te maken tot het moment van de definitieve uitspraak van het Hof, die een aantal maanden op zich zal laten wachten.

De vertraging van enkele dagen was het gevolg van een contact tussen premier Morawiecki en Commissievoorzitter Juncker, nadat de premier nog vlak voor de Commissievergadering van 20 september 2018 preses mevr. Gersdorf had benaderd met de al dan niet serieuze bedoeling om op het laatste moment nog een oplossing in het lopende geschil tussen tussen de Poolse regering en de Commissie te vinden. Dit contact heeft blijkbaar dus tot niets geleid.

Continue reading Europese Commissie legt destructie Hooggerechtshof voor aan het Europees Gerechtshof in Luxemburg

Poolse Hooggerechtshof zet de strijd voort

Het wordt druk in Luxemburg: Europese Commissie kan in inbreukprocedure tegen Polen de zaak nu voorleggen aan het Hof van Justitie; raadsheren Hooggerechtshof blijven strijdlustig; nog meer prejudiciële vragen van Poolse rechters.

1. Spoedige volgende stap verwacht in de inbreukprocedure na formele stellingname van de Poolse regering
De Poolse regering heeft op 14 september 2018 in de begin juli gestarte inbreukprocedure tegen Polen formeel afwijzend gereageerd op de verwijten van de Commissie, haar in augustus overhandigd (zie mijn bericht van 16 augustus 2018), betreffende strijdigheid met Europees recht van de recente wetgeving houdende verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd van raadsheren in het Hooggerechtshof tot 65 jaar. Deze afwijzing opent procedureel voor de Commissie nu de weg om de zaak formeel voor te leggen aan het Hof van Justitie in Luxemburg. Het schriftelijke standpunt van de Poolse regering, 40 blz. dik, is o.a. dat de Europese Commissie niet het recht heeft de organisatie van de rechtspraak in de lidstaten te beoordelen.
De eerstvolgende stap, gepland voor de komende week, is een verhoor van Polen in de Europese Raad, gevolgd door discussie. Daarna ligt procedureel de weg naar het Hof open. Het lijkt waarschijnlijk dat die weg zal worden ingeslagen.

2. Poolse regering negeert door het Hooggerechtshof uitgesproken schorsing van de werking van wettelijke bepalingen
De gewraakte wetten zijn inmiddels volop in uitvoering. Inmiddels hebben 21 raadsheren in de leeftijd tussen 65 en 70 jaar van president Duda niet binnen de wettelijke termijn toestemming gekregen om hun ambt voort te zetten, waaruit voortvloeit dat zij met pensioen zijn: het ontslag vloeit rechtstreeks voort uit de wet, tenzij Duda op hun verzoek tijdig schriftelijk laat weten dat de betrokkene nog tot zijn 70ste mag blijven. Langs die weg is bijv. ook Iwulski, aan wie eerder door Duda was gevraagd om Gersdorf als eerste preses op te volgen, nu stilzwijgend afgedankt. Twee andere raadsheren, Gudowski en Katner, zijn op de dag dat hun ‘ontslag’ inging gewoon op hun werk verschenen om deel te nemen aan beraadslagingen. Preses van de Civiele Kamer Zawistowski had het verzoek van Duda om Gersdorf op te volgen als eerste preses afgewezen (hij wees erop dat Gersdorf nog steeds die functie bekleedt) en is nu ook (stilzwijgend) de laan uit gestuurd. Raadsheren wijzen op het absurde van dit stilzwijgend ontslag: zeker ook in gevallen waarin betrokken raadsheren tegen hun ‘pensionering’ in beroep zijn gegaan verbaast het hen dat Duda een formele ontslagbrief niet nodig acht. Continue reading Poolse Hooggerechtshof zet de strijd voort

Berichten van ‘onze correspondent’ over de situatie van de rechterlijke macht in Polen: Europese Commissie doet volgende stap in de op 2 juli 2018 gestarte ‘infringement-procedure’ tegen de Poolse regering

Na mijn laatste bericht, van 6 augustus 2018, werd op dinsdag 14 augustus 2018 bekend dat op die dag de Europese Commissie met het doen uitgaan van een ‘reasoned opinion’ een volgende stap heeft gezet in de op 2 juli 2018 gestarte ‘infringement-procedure’ tegen Polen in verband met de recente wetgeving met betrekking tot het Hooggerechtshof. Deze stap was de te verwachten reactie op het onbevredigende antwoord van de Poolse autoriteiten van 2 augustus 2018. Polen krijgt nu weer een maand om te reageren, waarna, afhankelijk van deze reactie, de Commissie kan besluiten de zaak vervolgens voor te leggen aan het Europese Hof. Omdat er intussen verschillende procedures lopen, is het van belang deze van elkaar te onderscheiden. Ik geef daarom hieronder een kort chronologisch overzicht.

1. Al in 2017 is door de Commissie tegen Polen een procedure gestart op basis van artikel 7 van het EU-verdrag. Deze procedure speelt zich af in het kader van de Europerse Raad, Algemene Zaken, waar het afgelopen jaar van tijd tot tijd, laatstelijk op 26 juni 2018, discussies hebben plaatsgevonden over de vraag in hoeverre de Poolse autoriteiten de afgelopen jaren te kort zijn geschoten de Europese rechtsstaatbeginselen, zoals bedoeld in artikel 7, in acht te nemen. Deze procedure wordt van tijd tot tijd in deze Raad opnieuw op de agenda gezet en besproken. Ook onder het huidige Oostenrijkse voorzitterschap zal dit onderwerp weer terugkomen op de agenda. Waartoe dit zal leiden is nog onduidelijk: mogelijk (theoretisch) kan ooit binnen deze Raad een stemming plaatsvinden over verdere politieke besluitvorming en eventuele sancties. Daarvoor is dan een meerderheid nodig van drie vierde van de lidstaten. Dit alles speelt zich in principe geheel af binnen de Raad, dus op politiek niveau en dus zonder inmenging van het Europese Hof.

2. Op 29 juli 2017 was door de Commissie ook al een ‘infringement-procedure’ gestart naar aanleiding van de nieuwe wetgeving betreffende de gerechten. Sinds 20 december 2017 is deze zaak formeel aanhangig bij het Hof van Justitie. Wanneer daar iets uitkomt is nog niet bekend.

3. Een tweede ‘infringement-procedure’ is nu dus onderweg, heel specifiek over de nieuwe wetgeving betreffende de pensioenleeftijd van de raadsheren in het Hooggerechtshof. Deze procedure is door de Commissie gestart op 2 juli 2018, één dag voor het in werking treden van deze wetgeving, en is op 14 augustus 2018 dus in een volgend stadium gekomen, ter voorbereiding van behandeling door het Hof. De oorsprong van dit besluit van de Commissie was o.a. de discussie binnen de Raad op 26 juni 2018 over de ‘artikel 7-procedure’ (zie hierboven punt 1), maar moet daarmee niet worden verward. De ‘infringement-procedure’ heeft formeel niets met artikel 7 EU-verdrag te maken.

4. Ten slotte, en geheel los van al het bovenstaande, is er sinds begin augustus de aanhangige procedure voor het Hof van Justitie betreffende de prejudiciële vragen van het Poolse Hooggerechtshof, waarover uitvoerig in mijn bericht van 6 augustus 2018.

Paul Meijknecht
16 augustus 2018

Berichten van ‘onze correspondent’ over de situatie van de rechterlijke macht in Polen: Pools Hooggerechtshof stelt vijf prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie en schort de werking van recente wetgeving op

(gebaseerd op publicaties in Gazeta Wyborcza, o.a. Ewa Iwanowa)

Het Hooggerechtshof heeft op 2 augustus voor deze optie gekozen in een bij zijn Arbeidskamer aanhangig gemaakte zaak van drie van zijn raadsheren naar aanleiding van het negatieve advies van de Landelijke Raad voor de Rechtspraak (KRS) aan President Duda met betrekking tot de wens van dit drietal met pensioen gestuurde raadsheren om nog tot hun 70ste levensjaar het raadsheerschap voort te zetten. De KRS had dit negatieve advies niet beargumenteerd en was ook niet bereid om, zoals de raadsheren hadden gevraagd, de zaak, vóór doorzending naar de President, ter toetsing voor te leggen aan een gerecht. Volstaan was met de mededeling ‘dat voortzetting van hun ambt niet overeenstemt met het belang van de rechtspleging of met andere maatschappelijke belangen’. Zelf is de KRS geen rechterlijke instantie, zodat, aldus het drietal, ter zake van dit onwettige ontslag hun in feite iedere toegang tot een rechter werd ontzegd.

In reactie op deze afwijzingen door de KRS hebben de betrokken raadsheren de zaak voorgelegd aan de Kamer voor Arbeidszaken van het Hooggerechtshof. Deze Kamer bestaat uit zeven raadsheren, van wie er twee de leeftijd van 65 jaar zijn gepasseerd. Gezien de recente Poolse wetgeving over de vervroeging van de pensioenleeftijd van raadsheren van het Hooggerechtshof, besloot zij, dat voordat zij tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak kon overgaan, allereerst tegen de achtergrond van Europees recht  aan het Europese Hof vijf prealabele vragen moesten worden gesteld betreffende de bevoegdheid van het Hooggerechtshof om de onderhavige zaak in behandeling te nemen.

De aan het Europese Hof voorgelegde vragen betreffen o.a. de gedwongen vervroegde pensionering van rechters; de toelaatbaarheid van deze leeftijdsverlaging tegen de achtergrond van het beginsel van hun onafzetbaarheid; het feit dat de mogelijkheid om aan te blijven afhankelijk is van een beslissing van de uitvoerende macht (t.w. de President); en de uitleg van de Europese regels betreffende het verbod van discriminatie op grond van leeftijd. Tevens besloot deze Kamer om, in afwachting van het antwoord van het Hof in Luxemburg, de toepassing van belangrijke onderdelen van de recente Poolse wetgeving betreffende de vervroegde pensionering van raadsheren op te schorten, niet alleen in deze zaak, maar ook in de gevallen van andere raadsheren in dezelfde situatie. Dit met name om te voorkomen dat er in de tussentijd een situatie kan ontstaan waarin uitvoering van deze wetgeving ertoe leidt dat in de onderhavige zaak en soortgelijke zaken de eventueel toepasselijke Europese regeling zou worden gefrustreerd. Dit betreft dus alle rechters van 65 jaar en ouder. Continue reading Berichten van ‘onze correspondent’ over de situatie van de rechterlijke macht in Polen: Pools Hooggerechtshof stelt vijf prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie en schort de werking van recente wetgeving op