Ondertussen in Polen (1/2)

Onze ‘correspondent’ Paul Meijknecht volgt de rechtsstatelijke ontwikkelingen in Polen. Het Poolse dagblad Gazeta Wyborcza heeft in de maand juni diverse artikelen gepubliceerd over de rechtspraak in Polen. Bij Rechters voor Rechters doet Paul verslag van deze berichtgeving.

Paul Meijknecht

Woordvoerder Disciplinaire Kamer beledigt rechter

Dorota Zabłudowska, rechter in Rechtbank Gdansk-Zuid, bestuurslid van de kritische rechters-organisatie Iustitia, werd eind mei via de website van de Disciplinaire Kamer bij het Hooggerechtshof in Warschau door rechter in die Kamer Piotr Schab ten onrechte ervan beschuldigd dat zij een “financiële gratificatie” zou hebben geaccepteerd van de (in januari vermoorde)  burgermeester van Gdansk Paweł Adamowicz  ‘tegen wie bij haar rechtbank een proces liep’.

In feite had zij inderdaad in december een prijs ontvangen voor haar activiteiten op het terrein van onafhankelijkheid van rechters en mensenrechten, maar was zij als rechter niet betrokken geweest bij een onderzoek ter zake van deze prijs, had Adamowicz trouwens geen zitting gehad in het gremium dat haar de prijs had toegekend, én had zij het geld van de prijs geheel aan een goed doel geschonken, wat Schab allemaal heel goed wist.

Zabłudowska voelde zich door de aantijging van Schab “als mens en als rechter” diep gegriefd, omdat haar goede naam hiermee in twijfel werd getrokken, nog wel door een collega-rechter, kennelijk alleen omdat zij in haar rol binnen Iustitia herhaaldelijk publiekelijk de schendingen van de grondwet op het terrein van de onafhankelijkheid van de rechtspraak aan de kaak had gesteld. Zabłudowska eist nu van  Schab excuses en rectificatie, en beraamt gerechtelijke stappen.

Bron: Ewa Ivanova (Gazeta Wyborcza, 1 juni 2019)

 

Prejudiciële vragen over benoemingen in Disciplinaire Kamer

Monika Frąckowiak, rechter in de rechtbank van Poznań, actief en spraakmakend lid van Iustitia, heeft onlangs Jan Majchrowski, sinds kort (tijdelijk?) ‘hoofd’ en ‘woordvoerder’ van de Disciplinaire Kamer van het Hooggerechtshof, gedagvaard voor de Kamer voor Arbeid en Verzekeringen van dit zelfde Hooggerechtshof, om een uitspraak te verkrijgen over de geldigheid van de benoemingen door Majchrowski van voorzitters van de nieuwe disciplinaire kamers bij rechtbanken in het gehele land.

Aanleiding hiertoe waren verwijten aan haar van de disciplinaire kamer van de rechtbank in Lublin (waarom Lublin, 500 km verwijderd van Poznań, is niet duidelijk), inhoudende dat zij als rechter veelvuldig termijnen voor het doen van uitspraken had overschreden, en duidelijk bedoeld om deze kritische rechter eens goed de mond te snoeren. Volgens Frąckowiak waren de benoemingen van de voorzitters van deze disciplinaire kamers, dus ook die van de disciplinaire kamer van Lublin, ongeldig omdat de benoeming tot raadsheer van Majchrowski zélf om een aantal redenen niet geldig was, “deze dus geen dienstverband heeft met het Hooggerechtshof en dus niet in die hoedanigheid voorzitters van disciplinaire kamers kon benoemen”. De van Frąckowiak afkomstige dagvaarding om hierover een uitspraak te verkrijgen wordt in dit Hof behandeld door de Kamer voor Arbeid en Verzekeringen (die in eerdere gevallen ook al vragen had gesteld aan het Hof van Justitie). Frąckowiak vroeg tevens om hangende dit onderzoek de tegen haar aangespannen disciplinaire zaak in Lublin te schorsen.

De Kamer voor Arbeid en Verzekeringen besloot (wederom) dat zij om over dergelijke vragen uitspraak te kunnen doen, eerst een aantal prejudiciële vragen moest stellen aan het Hof in Luxemburg “betreffende de bescherming van de beginselen van de rechtsstaat als grondwaarde van de Europese Unie”. Het gaat er in dit geval om, of het Hooggerechtshof mag stellen dat een raadsheer die door de President in de Disciplinaire Kamer is benoemd op basis van dubieuze wettelijke bepalingen die een rechterlijke uitspraak hierover onmogelijk maken, geen raadsheer is. Ook wordt gevraagd of een dergelijke Disciplinaire Kamer überhaupt een gerecht is in de zin van Europees recht. De Kamer voor Arbeid en Verzekeringen vraagt voorts of de ‘rechters’ van de Disciplinaire Kamer zélf kunnen bepalen dat zij rechters zijn in hun eigen zaak, of dat een andere rechter dat zou moeten doen. Om al deze redenen had Frąckowiak die vragen voorgelegd aan een andere kamer van het Hooggerechtshof, waarvan de bevoegdheid niet wordt betwijfeld.

Bron: Łukasz Woźnicki en Ewa Ivanova (Gazeta Wyborcza, 13 juni 2019)

 

Overplaatsing kritische rechter van straf naar familie

Łukasz Biliński, rechter in de Strafkamer, was landelijk bekend door zijn opzienbarende, voor demonstranten gunstige uitspraken betreffende tenlastegelegde ‘overtredingen’ begaan tijdens politieke straatdemonstraties, waarin Bilińskij veelvuldig naar de Grondwet verwees en naar uitspraken van internationale Hoven. Zijn grote deskundigheid in dit soort zaken was bekend; hij publiceerde stukjes hierover o.a. in Gazeta Wyborcza en had bijvoorbeeld uitgesproken opvattingen o.a. over de grondwettigheid van de vermaarde maandelijkse ‘Smolensk-contrademonstraties’ in voorbije jaren. Vanaf juli is hij door de nieuwe, door minister Ziobro benoemde voorzitter van deze rechtbank Maciej Mitera, tevens lid van de in 2018 vernieuwde Raad voor de Rechtspraak, tegen zijn zin overgeplaatst naar de Kamer voor Familiezaken met een evident minder politiek karakter, waar hij geen kwaad meer kan.

Naar aanleiding hiervan was er dezer dagen voor het gerechtsgebouw een demonstratie van tientallen van zijn ‘aanhangers’, een bewijs van zijn populariteit. Volgens een demonstrant was overplaatsing voor PiS de enige mogelijkheid, omdat hem verder niets te verwijten viel: aan demonstraties nam Biliński zelf nooit deel en hij trad ook nooit op voor media.

Bron: Ewa Ivanova (Gazeta Wyborcza, 18 juni 2019)

 

Paul Meijknecht