
(Oorspronkelijk bericht in het Engels)
Vandaag zijn de vier Europese verenigingen en organisaties van rechters gehoord door de Grote Kamer van het Hof van Justitie van de Europese Unie (C-555/24 P). Hun hogere voorziening is gericht tegen een beschikking van 4 juni 2024 van de Grote Kamer van het Gerecht, waarbij de door hen ingestelde beroepen tegen het Raadsbesluit tot goedkeuring van het herstel- en veerkrachtplan voor Polen niet-ontvankelijk zijn verklaard wegens het ontbreken van procesbevoegdheid en procesbelang van de vier, zelfs wanneer zij geschorste Poolse rechters vertegenwoordigen (zaken T-530/22 tot en met T-533/22).
De vier rechtersverenigingen hebben hun procedures aangespannen om bij te dragen aan het waarborgen van de rechterlijke onafhankelijkheid in de Europese Unie en om de geschorste Poolse rechters te steunen.
De reden voor de rechtszaken
Op 17 juni 2022 heeft de Raad van de Europese Unie de beoordeling goedgekeurd van het door Polen ingediende plan in het kader van de Recovery and Resilience Facility. Het besluit van de Raad stelde bepaalde mijlpalen vast die Polen moest bereiken om in aanmerking te komen voor middelen. Een van die mijlpalen verplichtte Polen om een herzieningsprocedure in te voeren voor beslissingen van de Disciplinaire Kamer van het Hooggerechtshof betreffende rechters die zijn geschorst of anderszins zijn bestraft op gronden die in strijd zijn met het EU-recht.
EAJ, MEDEL, AEAJ en Rechters voor Rechters stellen dat deze mijlpaal onverenigbaar is met het EU-recht, aangezien het Hof van Justitie reeds heeft beslist dat onrechtmatig geschorste rechters onmiddellijk in hun functie moesten worden hersteld, zonder enige vorm van toetsing.
De zitting van 2 december 2025
Het beroep tegen de beschikking van 4 juni 2024 van het Gerecht is beperkt tot onze ontvankelijkheid. Wij voeren in het bijzonder aan dat het Gerecht de ontvankelijkheidsvoorwaarden, zoals die uit de rechtspraak voortvloeien, onjuist heeft toegepast. Wij zijn van mening dat de Poolse rechters op wie de beslissingen van de Disciplinaire Kamer betrekking hebben, evenals de Europese verenigingen en organisaties van rechters, “rechtstreeks geraakt” worden door de invoering van een herzieningsprocedure, ongeacht de specifieke kenmerken daarvan.
Elke herzieningsprocedure zou een nadelig effect hebben op de situatie van de Poolse rechters, nu zij in beginsel zonder enige herzieningsprocedure in hun ambt hadden moeten worden hersteld.
Wij betogen ook dat het tijd is om het EU-procesrecht inzake procesbevoegdheid en procesbelang verder te ontwikkelen, sinds het voor het eerst werd vormgegeven in de baanbrekende zaak Plaumann (1963).
De belangrijkste argumenten voor deze verdere ontwikkeling zijn:
- dat de Europese Unie niet langer uitsluitend betrekking heeft op economische samenwerking, maar zich ook intensief heeft ontwikkeld op het gebied van justitie, grondrechten en de waarden van de rechtsstaat, waaronder de onafhankelijkheid van rechters in de Europese Unie;
- dat er ernstige en aanhoudende uitdagingen zijn voor de rechtsstaat in Polen en dat er op nationaal Pools niveau geen doeltreffende rechterlijke bescherming bestaat voor de belangen die de vier organisaties met deze procedures willen beschermen;
Daarnaast menen wij dat de beschikking van het Gerecht de rechterlijke onafhankelijkheid en de rechtsstaat opvat als een aangelegenheid die exclusief is voorbehouden aan de Europese instellingen, met name de Europese Commissie en de Raad. Een dergelijke opvatting, die nationale rechters en het Europese maatschappelijk middenveld uitsluit, is niet zonder risico’s voor de Unie als geheel en voor de rechtsstaat binnen de Unie. De pers zal tijdig worden geïnformeerd zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn in deze procedures.
Achtergrond
De vier belangrijkste Europese organisaties van rechters zijn de Association of European Administrative Judges (AEAJ), de European Association of Judges (EAJ, een regionale tak van de International Association of Judges – IAJ), Rechters voor Rechters (Judges for Judges) en Magistrats Européens pour la Démocratie et les Libertés (MEDEL). Zij worden vertegenwoordigd door Carsten Zatschler SC en Emily Egan McGrath BL, Senior Counsel, en door prof. Daniel Sarmiento, advocaat bij EUNITY, bijgestaan door Anne Bateman, solicitor van Philip Lee LLP in Dublin. De steun van Maeve Delargy en The Good Lobby Profs wordt met dank erkend.