Turkije | Petitie

Gepubliceerd op: 22 juli 2016 in: Algemeen | Nog geen reacties

De situatie met betrekking tot Turkije is uiterst zorgelijk. Wij berichten u eerder daarover. Ons is gevraagd medewerking te verlenen om bijgaande link voor het ondertekenen van een petitie aan de Raad van Europa verder te verspreiden. Aan dat verzoek voldoen wij graag en om deze reden wijzen we u op onderstaande link:

https://secure.avaaz.org/en/petition/The_Committee_of_Ministers_of_The_Council_of_Europe_cmcoeint_Take_action_to_set_free_the_wrongfully_detained_JudgesProse/?kIRWWkb

 

Recente ontwikkelingen in Turkije

Gepubliceerd op: 18 juli 2016 in: Turkije | Nog geen reacties
Vrienden van Rechters voor Rechters,Vlag Turkije

Gelet op de meest recente ontwikkelingen in Turkije leek het goed u bij te praten, voor zover u ons niet op Twitter heeft gevolgd.

Afgelopen vrijdag, 15 juli, is aan u de zomernieuwsbrief toegestuurd. In het voorwoordje vroeg ik onder andere aandacht voor de zorgelijke situatie in Turkije. Eerder die week had ik contact met de Nederlandse Ambassade in Ankara. Ik sprak toen mijn waardering uit voor het feit dat een ambassademedewerker de zitting van het proces tegen de twee Turkse rechters Başer & Özçeli̇k had bijgewoond. Het feit dat deze rechters al ruim een jaar vast zaten op verdenking van deelname aan een terroristische organisatie was – ook in de Turkse context – toch uitzonderlijk te noemen, vond ik.

Little did we know…

Sinds de mislukte coup van vrijdagavond heeft er inmiddels een aardverschuiving plaatsgevonden in de Turkse rechterlijke macht. Er zijn 2.745 rechters (van alle niveau’s inclusief 2 leden van het Constitutionele Hof) en officieren van justitie geschorst. Tegen hen zijn ook arrestatiebevelen uitgevaardigd en deels ook al ten uitvoer gelegd. Zij worden verdacht van ‘deelname aan een gewapende terroristische organisatie’ en ‘poging tot staatsgreep’. Zie bijvoorbeeld dit bericht uit de de Hurriyet Daily News.

Zaterdag heb ik verschillende e-mails gelezen van Turkse collega’s die ik de afgelopen jaren persoonlijk heb ontmoet. In die e-mails kondigden zij aan dat dit waarschijnlijk het laatste bericht was dat zij konden versturen, nu zij op de lijst stonden van te arresteren rechters. Zondagochtend las ik de dramatische tweets van de echtgenote van een van die rechters waarin zij bevestigt dat haar man die ochtend vroeg was opgepakt en afgevoerd.
Het heeft er alle schijn van dat de Turkse autoriteiten de mislukte coup hebben aangegrepen om de rechterlijke macht ’te zuiveren’ om zo de vrijgekomen plaatsen op te vullen met loyale Erdogan-aanhangers. Dit is naar alle internationale maatstaven uiteraard volstrekt onaanvaardbaar.

Zondag hebben wij naar buiten gebracht de verklaring van de International/European Association of Judges (IAJ/EAJ) volledig te ondersteunen. Zij roepen daarin op tot het volgende:
IAJ/EAJ urges the Turkish authorities to limit suspensions of members of the judiciary only to those against whom a concrete suspicion of an involvement in the “coup d’état” occurs and to respect the independence and irremovability of the other judges.
IAJ/EAJ urges also all the international authorities to be alert towards the present situation, expressing our deep and founded alarm about the safety of those judges and their families.
Wij onderschrijven ook het persbericht dat de ICJ heeft uitgestuurd over de situatie in Turkije:
Allegations that the judges concerned were linked to the attempted coup have not been supported by evidence, and it defies credulity that such a high number of judicial authorities could have been involved in the planning or execution of the military coup d’etat.
According to the ICJ, the measures are arbitrary, and contrary to fundamental rule of law principles.
Wij volgen de situatie zo goed mogelijk in Turkije en beraden ons verder op de meest effectieve manieren om invloed uit te oefenen om deze situatie uiteindelijk te kenteren.
Tamara Trotman
voorzitter

Suriname: vonnis Krijgsraad 9 juni 2016

Gepubliceerd op: 14 juli 2016 in: Algemeen, Suriname | Nog geen reacties

surinameRechters voor Rechters informeerde u eerder over het voor de Krijgsraad aanhangige 8 decemberstrafproces, zie hier en hier. Tijdens een zitting die plaatvond op 4 maart 2016 heeft de auditeur-militair Roy Elgin gevraagd de schorsing van de vervolging in het 8 december strafproces voor de periode van een jaar te verlengen. De Krijgsraad heeft dit verzoek echter afgewezen. De Krijgsraad heeft artikel 1 van de Amnestiewet, welke wet hangende dit proces werd aangenomen, buiten toepassing gelaten. De Krijgsraad heeft vastgesteld dat de wetswijziging zonder meer kan worden aangemerkt als inmenging in een lopende strafzaak, die in een vergevorderd stadium was. Dit op basis van artikel 137 van de grondwet. Voor zover de rechter in een concreet geval aan hem voorgelegd, toepassing van een bepaling van een wet strijdig oordeelt met één of meer in Hoofdstuk V genoemde grondrechten, verklaart hij die toepassing voor dat geval ongeoorloofd. De Krijgsraad heeft bepaald dat het onderzoek ter terechtzitting zal worden voortgezet in de stand waarin het zich vóór de schorsing bevond, namelijk het requisitoir. Dat requisitoir zou plaatsvinden tijdens een zitting op 30 juni jongstleden. Zo ver is het echter niet gekomen.

Volgens President Bouterse, een van de verdachten in het strafproces, is er door deze uitspraak van de Krijgsraad een constitutionele crisis ontstaan. Ook zou volgens hem de staatsveiligheid met de uitspraak in gevaar zijn gebracht. Op die grond heeft de regering op 29 juni besloten om artikel 148 van de grondwet in werking te stellen, welk artikel luidt:  De Regering bepaalt het algemeen vervolgingsbeleid. In het belang van de staatsveiligheid kan de Regering in concrete gevallen aan de Procureur-Generaal bevelen geven met betrekking tot de vervolging.
Tijdens de zitting op 30 juni heeft Auditeur-militair Roy Elgin de Krijgsraad te kennen gegeven dat de procureur-generaal bij resolutie van de regering de opdracht heeft gegeven om het 8 december strafproces te beëindigen. De Krijgsraad onder leiding van president Cynthia Valstein-Montnor, heeft besloten dat de zitting wordt verdaagd naar 5 augustus aanstaande. Dan zal er antwoord worden gegeven op de vraag van het Openbaar Ministerie om het 8 december strafproces te beëindigen.

In een reactie zegt de een vertegenwoordiger van de International Commission of Jurists  (ICJ) tegen de Surinaamse krant Starnieuws dat de organisatie nogmaals het belang van onafhankelijke rechtspraak in Suriname benadrukt. “Zoals wij steeds hebben gesteld moet de Krijgsraad in vrijheid haar beslissingen kunnen nemen. Dit is in het belang van zowel de verdachte als de eisers (nabestaanden). De onafhankelijke rechtspraak, is ook in het algemeen belang van Suriname.”  Zie hier.

Dit standpunt wordt door Rechters voor Rechters onderschreven.

Who judges the judges?

Gepubliceerd op: 14 juli 2016 in: Algemeen | Nog geen reacties
IMG_3328

Jolien Schukking (r) met Monica Pinto

Tijdens de jaarlijkse vergadering van de VN Mensenrechtenraad in Geneve organiseerde de International Commission of Jurists (ICJ), samen met de International Bar Association (IBA), ook dit jaar een weer een zogeheten Side Event, een bijeenkomst waarbij aandacht wordt gevraagd voor een bepaald thema. Het thema van de bijeenkomst op 14 juni jongstleden was ‘Who judges the judges? Accountability for judicial corruption and judicial complicity’. IMG_3329
Tijdens een panel discussie waaraan onder andere Monica Pinto, de nieuwe VN Special Rapporteur on the Independence of Judges and lawyers, en Thulani Maseko, een advocaat uit Swaziland die slachtoffer is geweest van judicial misconduct en lange tijd op arbitraire gronden gevangen heeft gezeten, deelnamen werd het thema besproken. De nadruk lag daarbij op wijze waarop en de procedures door middel waarvan dergelijk ongewenst rechterlijk gedrag kan worden aangepakt. Ook was er aandacht voor de situatie van landen in transitie, waar veelal de zittende rechterlijke macht nog nauwe banden heeft met het vorige regime. De veelheid en verscheidenheid aan vragen die door de aanwezige afgevaardigden van een groot aantal VN landen gesteld werden, gaf duidelijk aan dat dit een thema is dat leeft en dat, hoe precair ook, onze aandacht nodig heeft.
Rechters voor Rechters was een van de co-sponsors van het Side Event. Bestuurslid Jolien Schukking was hierbij aanwezig. Aan het einde van de bijeenkomst presenteerde de IBA een recent rapport Judicial Systems and Corruption en werd door Matt Pollard van het ICJ Centre for the Independence of Judges & Lawyers de ICJ Practitioners’ Guide on Judicial Accountability gelanceerd, een gids die praktisch informatie verschaft over de wijze waarop ernstig judicial misconduct zou kunnen worden bestreden en aangepakt. Deze gids kan worden gedownload via deze link.

Noot bij EHRM uitspraak Ivanovski v Macedonië

Gepubliceerd op: 6 juli 2016 in: Algemeen | Nog geen reacties

In het tijdschrift EHCR verscheen recent het arrest van 21 januari 2016 van het EHRM in de zaak Ivanovski v. Macedonië, voorzien van een noot geschreven door de voorzitter van Rechters voor Rechters, Tamara Trotman.
Hieronder zijn een samenvatting van het arrest en de noot opgenomen, zoals – met het arrest – gepubliceerd in afl. 5 van EHCR 2016: EHCR 2016/94 (link). Zie ook hier.

Samenvatting arrest

Ivanovski (geboren in 1946) was vanaf 2003 rechter en later president van het Constitutionele Hof in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. De Zuiveringswet 2008 bepaalde dat collaboratie met de staatsveiligheidsdienst tussen augustus 1944 en januari 2008 in de weg stond aan vervulling van een betrekking in overheidsdienst. In dat kader moesten alle overheidsfunctionarissen een non-collaboratieverklaring kunnen inleveren bij de zuiveringscommissie. Klager heeft op 3 september 2009 een dergelijke verklaring ingediend.image003

Het Constitutionele Hof heeft in januari 2010 bekend gemaakt verschillende bepalingen in de Zuiveringswet te zullen toetsen aan de Macedonische grondwet en deze, hangende de procedure, buiten werking te stellen. In maart 2010 heeft dit Hof een aantal bepalingen ongrondwettig verklaard. Deze beslissing van het Constitutionele Hof leidde tot de nodige politieke ophef die ook breed werd uitgemeten in de media.

De zaak van klager was de eerste zuiveringszaak onder deze wet. Op 21 september 2010 heeft klager, via vertrouwelijke correspondentie van de zuiveringscommissie, vernomen dat zijn verklaring niet strookte met de informatie uit het staatsarchief, waar de commissie over beschikte. Op 27 september 2010 heeft op zijn verzoek een openbare hoorzitting plaatsgevonden. Al op 24 september heeft de Macedonische premier in een via de media verspreide open brief aan de ‘opponenten van de zuivering’ bericht dat de zuiveringscommissie had onthuld, dat een lid van het Constitutionele hof, benoemd door de vorige president, had gecollaboreerd met de veiligheidsdienst van het voormalige regime. De premier zag hierin een verklaring voor het door het Constitutionele Hof ongeldig verklaren van een aantal hervormingswetten van zijn regering (par. 32).

De zuiveringscommissie heeft bij beslissing van 29 september 2010 klagers bezwaren verworpen nu uit het staatsarchiefdossier van klager was gebleken dat hij vanaf 1964 verschillende malen informatie over politieke activiteiten van zijn mede-studenten had doorgespeeld aan de staatsveiligheidsdienst. In 1983 is zijn inschrijving in de registers van de staatsveiligheidsdienst doorgehaald. Ivanovksi is tegen genoemd besluit tevergeefs in beroep gegaan tot in laatste instantie. In april 2011 is klager door het parlement ontslagen.

Voor het EHRM klaagt hij allereerst over een schending van het recht op toegang tot de rechter (art. 6 EVRM). Volgens het EHRM is dat artikel inderdaad van toepassing, omdat het om de vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen gaat. Het recht op toegang tot de rechter is echter niet geschonden, omdat de bestuursrechter de besluiten van de zuiveringscommissie vol heeft getoetst. Het Hof is wel unaniem van oordeel dat de gevoerde zuiveringsprocedure niet voldoet aan de eisen van een eerlijk proces. De zorgen die Ivanovski heeft geuit over de onpartijdigheid van de procedure zijn terecht. Het Hof heeft daarbij met name belang gehecht aan de eerdergenoemde open brief van de premier, zonder daarbij te speculeren over welk effect de uiting van de premier daadwerkelijk op het procesverloop had gehad. Gelet op de inhoud en wijze van publicatie van deze open brief enerzijds en de voor klager ongunstige uitkomst van de procedure anderzijds, is dat immers reeds voldoende om een schending te constateren van de notie van een ‘onafhankelijk en onpartijdig gerecht’.

Ten aanzien van art. 8 EVRM constateert het Hof dat het uit de zuiveringsprocedure voortvloeiende stigmatiserende ontslag van klager en het daarmee samenhangende vijf jaar durende verbod om werkzaam te zijn in overheidsdienst en relevante delen van de private sector, een diepe inbreuk heeft gemaakt op diens privéleven. Die inbreuk was ongerechtvaardigd nu de analyse van de zaak van klager door de nationale gerechten onvoldoende gedegen was geweest op het punt of klager destijds uit vrije wil met de autoriteiten had meegewerkt. Alleen daarom al kan niet worden geconcludeerd dat de inbreuk op zijn onder art. 8 EVRM gegarandeerde rechten noodzakelijk was. Daarnaast heeft het Hof in het kader van de proportionaliteitstoets gekeken naar het grote tijdsverloop. De Zuiveringswet was immers niet alleen zo’n 16 jaar na de democratische totstandkoming van de Grondwet vastgesteld. Ook was klager indertijd als minderjarige door de voormalige geheime dienst gerekruteerd en indien de vaststelling van de nationale gerechten terecht was, dat klager ook als meerderjarige nog heeft gecollaboreerd, dan nog was het contact met de geheime dienst op zijn laatst in 1983 beëindigd en dus 27 jaar vóór het aanspannen van de zuiveringsprocedure tegen klager. Er moet daarom van uit worden gegaan dat door het tijdsverloop de van de bij de zuivering betrokkenen uitgaande dreiging op de nieuwe democratische rechtsorde aanzienlijk moet zijn afgenomen. De zware inbreuk op het privéleven van klager acht het Hof disproportioneel ten opzichte van het met de zuiveringsprocedure na te streven doel. Unaniem wordt ook art. 8. EVRM geschonden geacht.

Het Hof veroordeelt Macedonië niet tot vergoeding van het door klager gestelde verlies van inkomsten nu niet kan worden gespeculeerd over de uitkomst van de zuiveringsprocedure indien wel sprake zou zijn geweest van een eerlijk proces; de geleden immateriële schade en de proceskosten komen deels wel voor vergoeding in aanmerking.

Noot 

1. De laatste jaren zijn er verschillende zaken door ontslagen rechters in Straatsburg aanhangig gemaakt. Met name van belang zijn dan de zaken Olujic t. Kroatië (EHRM 5 februari 2009, nr. 22330/05, «EHRC» 2009/57 m.nt. De Werd), Kudeshkina t. Rusland (EHRM 26 februari 2009, nr. 29492/05, «EHRC» 2009/59 m.nt. De Werd), Özpinar t. Turkije (EHRM 19 oktober 2010, nr. 20999/04, «EHRC» 2011/5 m.nt. Barkhuysen & De Jong), Volkov t. Oekraïne (EHRM 9 januari 2013, nr. 21722/11, «EHRC» 2013/80 m.nt. Sillen) en de zaak Baka t. Hongarije (EHRM 27 mei 2014, nr. 20261/12, «EHRC» 2014/177 m.nt. Sillen). Twee ontslagen rechters uit de Voormalig Joegoslavische Republiek Macedonië (hierna ook: Macedonië) hebben ook met succes de weg naar Straatsburg bewandeld. In 2015 betrof dat Mitrinovski, rechter in het gerechtshof te Skopje (Mitrinovski t.Voormalig Joegoslavische Republiek Macedonië, EHRM 30 april 2015, nr. 6899/12, «EHRC» 2015/153 m.nt. Sillen) en begin dit jaar deed het EHRM uitspraak in de zaak van Ivanovski, ontslagen president van het Constitutionele Hof.

Laatstgenoemde uitspraak is interessant allereerst omdat wordt ingegaan op het punt van publieke kritiek door politici op het optreden van rechters. Publiek debat is goed in een democratische samenleving, maar als de grens tussen legitieme kritiek en ongeoorloofde druk wordt overschreden, leidt dat tot schending van het in art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een onafhankelijk en onpartijdig gerecht. Let wel: in dit geval richtte de kritiek van de premier in de open brief (par. 32) zich zowel op de persoon van klager als op de uitspraken van het Constitutionele Hof. Het EHRM vindt dat klager met name op grond van die brief mocht vrezen dat de door hem in het kader van de lopende zuiveringsprocedure geadieerde rechters van het Administrative Court (AC) en van de Supreme Court (SC) niet onpartijdig zouden zijn. Voorts is dit arrest de moeite waard omdat het Straatsburgse Hof aan de hand van de internationale criteria die zijn opgesteld inzake zuivering (van het overheidsapparaat met name in post-communistische staten, Engels: ‘lustration’ of ‘vetting’) toetst of het ontslag van Ivanovski voldoet aan de eisen die door art. 8 EVRM worden gesteld.

2. Macedonië, kandidaat-EU-lidstaat sinds december 2005, werd op 8 september 1991 onafhankelijk en is sinds november 1995 lid van de Raad van Europa.

Op 11 april 2011 is klager – na het onherroepelijk worden van het besluit van de zuiveringscommissie – door het parlement van Macedonië ontslagen als rechter van het Constitutionele Hof. Beide partijen zijn het er in Straatsburg terecht over eens dat art. 6 EVRM van toepassing is op de klacht. Sinds Vilho Eskelinen e.a. t. Finland (EHRM 19 april 2007 (GK), nr. 63235/00, «EHRC» 2007/82 m.nt. Geurink) is duidelijk dat art. 6 EVRM van toepassing is op geschillen tussen de rechter en de Staat tenzij het nationale recht de toegang tot de rechter uitdrukkelijk heeft uitgesloten en de uitzondering op deze toegang op grond van objectieve gronden in het belang van de staat gerechtvaardigd kan worden (zie Baka, reeds aangehaald, par. 69 voor het lijstje van zaken waarin art. 6 op klachten van rechters toepasselijk is verklaard). Het EHRM is, anders dan klager, kortweg van oordeel dat het tweede en derde lid van art. 6 EVRM inzake strafrechtelijke vervolging niet van toepassing is nu de zuiveringsprocedure in Macedonië – anders dan in Polen – administratiefrechtelijk van karakter is (par. 120).

3. Ook is het EHRM van oordeel dat er geen sprake is van gebrek aan toegang tot de rechter, nu klager de beslissing van de zuiveringscommissie zowel aan het Administrative Court als aan het Supreme Court heeft kunnen voorleggen en deze bestuursrechters het besluit vol hebben getoetst (par. 125-130). Dat daarbij, zoals klager stelt, het bewijs onvoldoende is beoordeeld, raakt niet de toegang tot de rechter, maar kan worden meegewogen in de beantwoording van de vraag of sprake was van een eerlijk proces.

4. Klager heeft verschillende punten naar voren gebracht op basis waarvan hij stelt geen eerlijk proces te hebben gehad. De in zijn land gevoerde zuiveringsprocedures waren in feite politiek gemotiveerde acties tegen individuen die om verschillende redenen niet in de gunst stonden van de heersende politieke elite. Zijn zuivering was arbitrair en gebaseerd op een gefabriceerd collaboratiedossier waartegen hij zich onvoldoende had kunnen verweren. Bovendien waren er ernstige twijfels gerezen bij klager over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechters die zich over zijn zaak hadden gebogen. Twee betrokken rechters hadden immers een forse carrièrestap gemaakt na afloop van de zuiveringsprocedure tegen klager. Zo was de rechter-rapporteur in het Supreme Court op 14 april 2011 benoemd op de door het ontslag van klager vrijgekomen plek in het Constitutionele Hof. Ten slotte heeft klager gewezen op de omstandigheid dat de premier zich hangende de (toen nog) vertrouwelijke procedure, in strijd met de onschuldpresumptie, over klager had uitgelaten in zijn in de media gepubliceerde open brief. Lees verder…;

Oproep deelname Colombia Caravana 2016

Gepubliceerd op: 24 juni 2016 in: Activiteiten, Colombia | Comments Off on Oproep deelname Colombia Caravana 2016

In augustus 2014 hebben Peter Ingelse en Anne-Marie Smit namens Rechters voor Rechters deelgenomen aan de Colombia Caravana. Een buitengewoon caravanainteressante reis georganiseerd door de Caravana UK Lawyers’ Group in samenwerking met de Human Rights Lawyers (ACADEHUM) uit Bogota. De opzet van deze vierde Caravana was een bezoek aan Colombia om de situatie van mensenrechtenadvocaten en verdedigers van de mensenrechten te monitoren en tevens de toegang tot de rechter voor slachtoffers in het geval van mensenrechtenschendingen in Colombia te bezien. Aan de Caravana namen ook zeven rechters deel uit vijf verschillende landen.

Het algemene rapport dat op grond van de ervaringen gedurende deze Caravana is geschreven is op 28 mei 2015 aan de Colombiaanse ambassadeur in Den Haag aangeboden. Het rapport dat specifiek ziet op de positie van Colombiaanse rechters is aangeboden aan de ambassadeur van Colombia op 14 februari jongstleden.

Van 20 tot 28 augustus 2016 is de volgende Colombia Caravana gepland. Voor deze reis zijn de volgende doelen geformuleerd:

  • to prevent/reduce threats against lawyers and other defenders and the communities they work with by shining a spotlight on their work and making the Colombian authorities aware of the international concern;
  • to identify and through first-hand accounts and open discussion, gather information on the current challenges facing Colombian human rights lawyers in several regions of the country, with special attention to challenges posed by the transitional justice process.
  • to hold workshops on relevant subjects aiming to share expertise and information.
  • to influence the government by engaging in dialogue with officials from relevant departments and raising ACADEHUM’s concerns, to encourage these departments to take action on them.
  • to use the information gathered to compile a report detailing the findings of the mission and including a series of recommendations for future action on the part of both the Colombian authorities and the international community.
  • to draw up a framework with Colombian lawyers for future collaboration, support and exchange.

De Caravana richt zich op verschillende gebieden in Colombia en betrekt het transitieproces in relatie tot de vredesbesprekingen in het programma.

Als (voorzitter van) Caravana Nederland wil ik bewerkstelligen dat de (moeilijke) positie van rechters in Colombia nadrukkelijk in het programma wordt opgenomen en daarbij in het bijzonder te focussen op de problemen voor rechters rond het land restitutieprogramma. Met Edwin Rubio is besproken dat de contacten met rechters in Bogota waaronder die met de Sala Penal (het hoogste rechtscollege) via ACADEHUM wordt georganiseerd. De overige contacten met rechterlijke colleges waaronder de Consejo Superior de la Judicatura (vgl. de Raad voor de Rechtspraak) en de contacten met rechters in de te bezoeken steden worden door ons zelf gelegd (uiteraard in overleg met ACADEHUM en de Colombia Caravana UK). De eerste contacten, waaronder met Medellín, zijn inmiddels gelegd.

Iedereen die interesse heeft in de Colombia Caravana Nederland en/of deelname aan de Colombia Caravana 2016 nodig ik van harte uit om contact op te nemen (a.m.smit@rechtspraak.nl). Het spreken en lezen van de Spaanse taal is een pre, maar geen must.

Voor nadere informatie over de Colombia Caravana 2014 zie hier en voor nadere informatie over Colombia Caravana Nederland zie hier.

Statement on the impeachment of Justices Dingake, Letsididi, Garakwe and Busang of the High Court of Botswana

Gepubliceerd op: 17 juni 2016 in: Algemeen, Botswana | Comments Off on Statement on the impeachment of Justices Dingake, Letsididi, Garakwe and Busang of the High Court of Botswana

Vlag BotswanaRecalling that at its General Assembly on 19 September 2015, the Commonwealth Magistrates’ and Judges’ Association (CMJA) expressed its concern about the processes put in place to impeach the Justices of the High Court mentioned above.

Recalling the CMJA Statement issued on 3 October 2015 in relation to the suspension of Justices Dingake, Letsididi, Garakwe and Busang and the concerns expressed therein.

Recalling the provisions of the Commonwealth (Latimer House) Principles on the Accountability of and the Relationship between the Three Branches of Government (2003) which state that “Disciplinary proceedings which might lead to the removal of a judicial officer should include appropriate safeguards to ensure fairness”.

Whilst not wishing to comment on current court cases which will run their normal course, the CMJA is concerned that the authorities in Botswana seem to be treating some judges more favourably than others and this gives the impression that there is a lack of equality before the law.

Any measure which is capable of being seen as eroding the independence and impartiality of the judiciary, or the fundamental rights to which all citizens of Botswana are entitled to, is a matter of serious concern and could undermine the international standing of the Botswana judiciary.

We therefore call upon the Botswana authorities to ensure that all processes followed are dealt with in a just and equitable manner to resolve the issues quickly to safeguard the good reputation of the Botswana judiciary for independence and impartiality.

Commonwealth Magistrates’ and Judges’ Association (CMJA)
Commonwealth Legal Education Association (CLEA)
Judges for Judges (Rechters voor Rechters), Netherlands

16 June 2016

UN statement: judicial accountability, attacks on lawyers

Gepubliceerd op: 17 juni 2016 in: Activiteiten, Algemeen, CIJL_ICJ, Special Rapporteur | Comments Off on UN statement: judicial accountability, attacks on lawyers

Judges for Judges joined a statement on June 16th delivered by the ICJ at the UN Human Rights Council, on judicial accountability, and attacks on lawyers. ICJ made the statement on behalf of a group of eight NGOs, including professional organisations of judges and lawyers.

The statement, read out by Swaziland lawyer Thulani Maseko during the Interactive Dialogue with the UN Special Rapporteur on the Independence of Judges and Lawyers, read as follows:

Madame Special Rapporteur on the Independence of Judges and Lawyers,

Our organizations strongly support your mandate. An independent judiciary and legal profession are essential to the rule of law and to the effective protection of human rights.

Independence and impartiality of the judiciary require integrity of individual judges and judicial institutions. Accordingly, there must be accountability for judicial corruption and judicial involvement in human rights violations.

Accountability mechanisms must themselves be independent, fair and transparent, in order to ensure they do not undermine the independence of the judiciary and that victims and the broader population see them as credible and accessible.

We note in this regard the International Commission of Jurists’ newly published Practitioners’ Guide on Judicial Accountability, and the International Bar Association’s recent report on Judicial systems and Corruption.

We also must highlight the growing problem of repression of lawyers who act in cases perceived to have human rights or political aspects, including through: harassment, suspension or disbarment; arrest, detention, unfair trial, and arbitrary imprisonment; torture or other cruel, inhuman or degrading treatment, enforced disappearance, or even unlawful killings.

This is inconsistent with the UN Basic Principles on the Role of Lawyers and incompatible with the rule of law. It violates the rights of individual lawyers and undermines the independence of the legal profession. It denies the rights of the people the lawyers are trying to protect.

Among current examples, the scale and depth of repressive measures against lawyers and HRDs in China is particularly stark, but similar concerns arise in, for instance, Egypt, Turkey, Thailand, Azerbaijan, Malaysia, Tajikistan, and Vietnam. (I myself was arbitrarily imprisoned in my own country Swaziland, for publicly expressing my opinions about judicial misconduct.)icj

We accordingly will urge lawyers, legal professional associations and others around the world to respond to the questionnaire you have prepared for your upcoming General Assembly report on the legal profession.

I thank you.

Lees verder…;

Publication Open Letter of Yarsav (Turkish Association of Judges and Prosecutors): “Final conquest of the last bastion of turkish judiciary: government purging high judiciary”

Gepubliceerd op: 17 juni 2016 in: Algemeen, Turkije | Comments Off on Publication Open Letter of Yarsav (Turkish Association of Judges and Prosecutors): “Final conquest of the last bastion of turkish judiciary: government purging high judiciary”

Vlag TurkijeAfter relocation of nearly 9000 judges (out of appx. 15000) in less than 20 months and recruiting thousands of politically loyal people as judges and prosecutors to high judicial ranks, the government, under the disguise of “judicial reform”, “judicial re-organization”, using the pretext of purging “parallel structure members” is reducing the number of members of the supreme courts by half.

A draft law aiming to change the structures of supreme courts, Council of State and Court of Cassation, has been submitted to the Parliament by the Justice and Development Party with plans to have it passed before the Parliament goes to recess at the end of June.

According to the draft, the number of judges at the Court of Cassation will be reduced from 516 to 200, while the number of judges at the Council of State will drop from 195 to 90. Tenure of high judges will be terminated when the law goes into effect. Right after this, the Judicial Council, which is under direct control of the government, will make reappointments to the high courts in 5 days among the same group. Some members of the Council of State will directly be appointed by President Erdoğan. Judges, whose tenure will be terminated and who are not reappointed to the supreme courts as high judges will be sent to different lower instance courts as a plain judge. Newly reappointed high judges’ tenure will be limited to 12 years. Lees verder…;

UN Statement: indicators of independence of justice systems

Gepubliceerd op: 17 juni 2016 in: Activiteiten, Algemeen, CIJL_ICJ, IBAHRI, Special Rapporteur | Comments Off on UN Statement: indicators of independence of justice systems

Judges for Judges today joined a statement delivered by the International Bar Association on indicators of independence of justice systems. The statement ibahricame during the interactive dialogue with the UN Special Rapporteur on the Independence of Judges and Lawyers.

It read as follows:

As international organisations of legal professionals, we endorse the recommendation made by the Special Rapporteur to develop a set of international indicators to assess the independence of justice systems.

The Special Rapporteur has previously stated: ‘No ideal justice system exists; rather, there are universal principles that must be respected in the structure and functioning of any judicial system, so that it can duly fulfil its purpose’. (Report of the Special Rapporteur on the independence of judges and lawyers, (2014) UN Doc A/69/294, para 92.)

Achieving Sustainable Development Goal 16 – that is, providing access to justice for all and building effective, accountable and inclusive institutions – will require respect for the universal principles of independence and impartiality of justice systems and the independence of the legal profession.

In 2015, the International Bar Association (IBA) and the International Commission of Jurists (ICJ) proposed two indicators under SDG16, regarding the independence of the judiciary and an independent and self-governing legal profession. The IBA is currently developing ‘indicia of independence’ that can be used to assess the state of independence of the legal profession in a given jurisdiction. The Commonwealth Lawyers Association (CLA) and the Commonwealth Magistrates’ and Judges’ Association (CMJA) continue to monitor judicial and legal independence through the Commonwealth Latimer House Working Group.

We therefore, Madam Special Rapporteur, fully support your endeavour to develop universal indicators that complete the UN Rule of Law Indicators, and build on the UN Basic Principles on the Independence of the Judiciary, the Basic Principles on the Role of Lawyers, and the Guidelines on the Role of Prosecutors.

We further call upon States to ensure that national targets and indicators duly align with international indicators and international principles.

Thank you, Mr President

Lees verder…;